20 vragen om je op weg te helpen…

1. Geboren
Wanneer is de overledene geboren? Speelde er op dat moment belangrijke gebeurtenissen in de maatschappij? Denk aan de Tweede Wereldoorlog, opbouwjaren, direct na het overlijden van een familielid, vlak na het huwelijk van de ouders enz.
2. Geboorteplaats
Waar is de betreffende geboren? ‘Gewoon’ thuis of misschien onderweg, in het buitenland?
3. Familie
Wie maakten er deel uit van de familie van de overledene (voornaam, achternaam, beroep, vader/moeder en ook van broers en zussen namen en evt. geboortedata en nationaliteit)? Zijn er typische familiegewoontes of trekjes? Bij welke gelegenheden kwam men bij elkaar? Hoe was de relatie met ouders, broers en zussen, kinderen. Denk ook aan vakanties.
Piet was het meest op z’n gemak als de reis veilig was verlopen, de tent strak stond, de borrel koud lag en de kinderen het naar de zin hadden.
4. Opgroeiend
Wat valt er verder te vertellen over de verschillende leeftijdsfasen (babytijd, peuter/kleutertijd, kindertijd, jeugd/puberteit, jongvolwassenheid, volwassenheid, vroege ouderdom en ouderdom)? Zeker bij ouderen is er een natuurlijke neiging om de laatste jaren centraal te stellen. Dat zijn immers de recente herinneringen. Maar een leven is natuurlijk veel langer en in veel gevallen was de overledene er al voordat je er zelf was. Probeer het hele leven te overzien en niet alleen de laatste jaren…
5. Ouderlijk huis
Waren er dierbare plekken in het ouderlijk huis? Een eigen kamer of juist een gedeelde kamer met een broer of zus? Huisdieren die belangrijk waren, vroege ervaringen in de buurt?
6. Opleiding
Welke school was belangrijk voor hem of haar, zijn er speciale leerkrachten, oude schoolvrienden? Heeft de betreffende daar wellicht een partner ontmoet? Is de opleiding bepalend geweest voor de carrierekeuzes? Vriendenkring?
7. Woningen
Op welke plaatsen heeft de overledene gewoond? Zijn er belangrijke mensen uit die periode? Oude buren, buurtgenoten? Hebben de huizen zelf een bepaalde herinnering, misschien door grote verbouwingen? Markante plekken?
8. Inrichting
Welke voorwerpen uit het huis (wellicht het laatste huis) waren belangrijk? Eventueel kan dit voorwerp ook meegenomen worden naar de uitvaart en getoond worden tijdens de speech. Was de betreffende erg bezig met kunst, voorwerpen tijdens verre reizen, uit zijn of haar jeugd?
Ik heb dit doosje meegenomen. Sylvia was er erg zuinig op en het stond al die jaren op haar nachtkastje. Er zitten een aantal ansichtkaarten uit Surabaya in. Ik zal er één voorlezen…
9. Geloof
In hoeverre speelde het geloof of een levensbeschouwing een rol? Hoe gingen de ouders hiermee om, was de opvoeding streng of niet? Waren er bepaalde voorschriften qua kleding, eten, gedrag die kenmerkend waren? Geloofde de overledene zelf in een leven na de dood?
10. Ziekte
Was er een geestelijke of lichamelijke beperking waarmee rekening gehouden moest worden? Had de betreffende de laatste periode veel pijn? Komen er bepaalde ziektes/handicaps voor in de familie? Was de overledene zichzelf nog wel?
11. Eten en Drinken
Had de overledene speciale eetgewoontes (voorkeuren voor soort eten, lievelingseten, favoriete restaurants, drinken)? Dronk hij op vakantie altijd hetzelfde borreltje, nam zij altijd hetzelfde dessert in hetzelfde restaurant? Ook hier geldt dat een klein voorbeeld meegenomen kan worden tijdens de speech.
Karel, we zouden samen nog één borrel drinken. Dat is er niet van gekomen en daarom neem ik die nu. Proost!
12. Kleding
Is er sprake van lievelingskleren? Had de betreffende ergens een hekel aan, wat vond de betreffende mooie kleuren? Droeg hij altijd dezelfde sweater of had zij altijd dezelfde kleur lippenstift?
13. Werk
Wat zegt het werk van de overledene over zijn of haar karakter? Was hij erg precies of juist niet. Hield ze van mensen om zich heen? Kon ze zich helemaal verliezen in haar werk? Wat was haar eerste baan? Wilde ze dat ook inderdaad graag worden op school?
14. Vrienden
Hoe ging hij of zij met anderen om? Had hij veel sociale contacten? Maakt hij makkelijk vrienden? Zijn er speciale herinneringen aan een reünie van school? Zijn er speciale vrienden van het werk, van de sport, de fanfare, de kerk? Zijn er andere belangrijke mensen die misschien al eerder zijn overleden en benoemd dienen te worden…
Yacko liep als kind al bij de fanfare. Zodra hij de trom hoorde begon hij al te swingen. En eigenlijk is Yacko z’n hele leven een blij kind gebleven. Ook de laatste maanden was hij blij met elke vorm van aandacht en medeleven.
15. Hobby's
Hoe zag de vrijetijdsbesteding eruit? Had hij vaste hobby’s, hield hij van lezen? zingen? uitgaan? sporten? scouting? Kan je daar iets van laten zien, bijvoorbeeld de eerste bokshandschoen?
16. Hoogtepunten
Wat waren speciale dagen of momenten in iemands leven? Aan welke momenten zal hij met trots hebben teruggedacht? Was ze misschien geridderd? Zijn er andere hoogtepunten?
17. Natuur
Had hij of zij een speciale band met de natuur. waren er speciale plekken waar graag gewandeld werd (de duinen, het bos, de hei)? Was er een liefde voor speciale dieren. Natuurlijk kan ook aan huisdieren worden gedacht.
Susanne kwam tot rust op de hei. De verre uitzichten, de paarse dopheide, de korte ontmoetingen. Ze kwam altijd uitgelaten thuis. Alsof een soort mini-vakantie achter de rug had. Mooi om te zien.
18. Gevoelens
Zijn er bijzondere ervaringen die emoties losmaken? Wat heeft indruk gemaakt? Waar droomde ze over? Wat maakte hem vrolijk of juist verdrietig? Was ze graag samen met anderen of liever alleen. Was ze wel eens echt ongelukkig? Uiteindelijk bestaat iemand niet alleen bij de gebeurtenissen. Een mooie speech probeert ook de gevoelens te pakken.
19. Afscheid
Het kan enorm troostend zijn om te bedenken dat de overledene al wat rust had met de dood. Natuurlijk, we willen elkaar niet missen maar het helpt te bedenken hoe de overledene het zag. Wilde hij misschien een bescheiden samenkomst, vooral een lekker glas champagne, dat speciale muziekstuk. Dan is het mooi dit ook nog even te benoemen.
20. Achterlatend
Probeer te omschrijven wat de overledene heeft bereikt. Wat laat de betreffende achter? Denk aan de kinderen die hij of zij achterlaat, maar het mogen ook prestaties zijn. Misschien heeft hij zakelijk een aantal zaken waar de betreffende echt trots op was, of heeft hij iets betekent in de levens van anderen. Wat blijft er achter nu de overledene er niet meer is?