Nederlandse Rouwgedichten

Sotto voce
Zoveel soorten van verdriet,
ik noem ze niet.
Maar één, het afstand doen en scheiden.
En niet het snijden doet zo’n pijn,
maar het afgesneden zijn.Nog is het mooi, ‘t geraamte van een blad,
vlinderlicht rustend op de aarde,
alleen nog maar zijn wezen waard.
Maar tussen de aderen van het lijden
niets meer om u mee te verblijden:
mazen van uw afwezigheid,
bijeengehouden door wat pijn
en groter wordend met de tijd.
Arm en beschaamd zo arm te zijn.

M. Vasalis

Voor een vriend
Nu ‘t rouwrumoer rondom jou is verstomd,
de stoet voorbij is, de schuifelende voeten,
nu voel ik dat er ‘n diepe stilte komt
en in die stilte zal ik je opnieuw ontmoeten.En telkens weer zal ik je tegenkomen,
we zeggen veel te gauw: het is voorbij.
Hij heeft alleen je lichaam weggenomen,
niet wie je was en ook niet wat je zei.Ik zal nog altijd grapjes met je maken,
we zullen samen door het stille landschap gaan.
Nu je mijn handen niet meer aan kunt raken,
raak je mijn hart nog duidelijker aan.

Toon Hermans

Als ik dood ben
niet die theatrale rouw
Neem wat Franse kaas
wat stokbrood en wat wijn
Ik wil ook niet
in een vaasje op de schouw
Ik wil gewoon
een stukje kerkhof zijn

Toon Hermans

De gestorvene

De gestorvene

De Gestorvene
Zeven maal om de aarde gaan,
als het zou moeten op handen en voeten;
zevenmaal om die éne te groeten
die daar lachend te wachten zou staan.
Zeven maal om de aarde gaan.

Zeven maal over de zeeën te gaan,
schraal in de kleren, wat zou het mij deren,
kon uit de dood ik die éne doen keren.
Zeven maal over de zeeën te gaan –
zeven maal, om met zijn tweeën te staan.

Ida Gerhardt (1905-1997)

Dit eiland
Hoe zijn wij hier geland,
waartoe ………… vanwaar …… … ?
Ligt ergens aan het strand dat vreemde schip nog klaar?
En als het anker is gelicht, naar waar ……naar waar?
Stil,… sluit de deuren dicht;
bemin elkaar.

A. Roland Holst

Weggaan
Als een auto die lang in de regen gestaan heeft
optrekt en wegrijdt, blijft waar hij stond achter
een plek die zich van de rest van de straat
onderscheidt, even nog, tot hij ook nat is
en niet afzonderlijk meer bestaat.

Dat is wat blijft als je weggaat.

Anton Korteweg

Weggaan
Weggaan is iets anders
dan het huis uitsluipen
zacht de deur dichttrekken
achter je bestaan en niet
terugkeren. Je blijft
iemand op wie wordt gewacht.

Weggaan kun je beschrijven als
een soort van blijven. Niemand
wacht want je bent er nog.
Niemand neemt afscheid
want je gaat niet weg.

Rutger Kopland

De dood is je geboorterecht
De dood is je geboorterecht.
Het is een geschenk
waar iedereen recht op heeft .
Het is een rustplaats voor vermoeiden,
een toevlucht voor opgejaagden,
een les voor wie afgedwaald zijn,
een mijlpaal voor de pelgrim
een paradijs voor de gelovige.

Sai Baba

Gelachen hebben we...
maar we zouden niet vergeten dat
we hebben gelachen, gelachen hebben
we veel en dat zal ik niet vergeten
want we hebben gelachen en veel hè?
en dat zullen we nooit vergeten om-
dat we zoveel gelachen hebben en dat
niet vergeten gvd wat hebben we gelachen
en niet en nooit vergeten dat we zo
hebben gelachen omdat we samen waren
en zoveel gelachen hebben dat we
het nooit zullen vergeten

Bert Schierbeek (1918-1996)

Essentie van het missen
Ik mis de linkshandige, schitterend
spiegelbeeld naast mij aan tafel, ik mis

haar tot brakens toe dagelijks. Het is
de kern van gemis, het missen zelf,

zegt men. Dat zal ik, met gestrekte
hals, fijntjes ontkennen. Dat zal ik

schuimbekkend tegenspreken. De tijd
is een ruimte, je bent altijd bij haar,

zegt men. Ik kijk in de lege spiegel.
Geleerde onzin, schandalige troost.

Ze reed weg met mijn goud, mijn geluk
in haar fietstas, hief haar smalle hand

en verdween tussen de weiden. De kern
van gemis laat mij koud, geen wijsgerige

held gaat mij helpen. Ik mis
het vlees, het linkshandige lichaam.

Anna Enquist

Al het leven...
Al het levende is zinnig
hoe onbegrepen ‘t ook mag zijn
Of het blij is, droef of innig
of het onrust is of pijn
Zinnig is ons hopen, vrezen
de kleinste bloem in ‘t lage gras
Daarom zou het onzin wezen
als de dood onzinnig was

Toon Hermans

In memoriam voor een vriend
Rust nu maar uit je hebt je strijd gestreden.
Je hebt het als een moedig man gedaan.
Wie kan begrijpen, wat je hebt geleden.
En wie kan voelen, wat je hebt doorstaan?

Rust nu maar uit – je taak is afgekomen;
vandaag heeft God de kroon op ‘t werk gezet
dat je eenmaal in Zijn kracht hebt ondernomen.
De zin was af. God heeft een punt gezet.

Maar ‘t valt ons moeilijk om de zin te vatten
van ‘t zwijgen van je laatste harteklop.
Misschien alleen maar dit: De afgematten
en moeden varen als met arendsvleug’len op…

Nel Benschop

De ruimte in
Mij zijn de dingen
als bloemen: bedoeld
tot openspringen
van bewijs dat woelt
overal in;
zelfs in mensen
die het einde wensen
woelt begin.

Ik kan in mijn handen
de wereld voelen:
als vlees krioelen
de vastelanden
en tintelen van de bommen,
rimpelen van de rampen,
huiveren van de drommen.
Onder nauwe dampen
in het aardse zonlicht
drukken lichamen
zich zo dicht tezamen,
zo eenzaam en
zo dicht, zo dicht.

Trek de kou in van
de lege maan.
Blijf even staan
luisteren, trek dan
door de lange nacht
naar een planeet
(plotseling heet),
mompel zacht,
en tuimel maar voort.
Wat heb je na jaren
dan gezien, ervaren
en gehoord?

Snik maar, want
van hier tot God
snikt om ons lot
niemand, niemand.

De melkweg? Bleek zand
dat traag nadraait,
eens opgewaaid
van een leeg strand,
en…

Een ogenblik!
Wat hoor ik daar?
De wind.
Niemand.
Snik maar.

Leo Vroman

Soms
Soms, een enkele keer,
met heel veel moeite en voornamelijk toevallig,
lukt het iemand
om met beide armen zijn verdriet te omvatten.
Hij tilt het op.
Laat de deur niet op slot zijn, nu…
Hij duwt hem open met zijn knie
en loopt met grote breedsporige passen naar buiten.
Kijk uit! roept hij
want het verdriet is zo groot dat hij er niet overheen kan kijken,
en doorzichtig is het nooit.
Ver weg, in een sloot of op een drassige plek
onder populieren
of achter een scheve schutting tussen oude autobanden,
speelgoed, resten van vuur,
gooit hij het neer
en fluitend loopt hij terug naar huis.

Toon Tellegen

Als...
Als ik doodga
hoop ik dat je erbij bent
dat ik je aankijk
dat je mij aankijkt
dat ik je hand nog voelen kan.
Dan zal ik rustig doodgaan
Dan hoeft niemand verdrietig te zijn
Dan ben ik gelukkig

Remco Campert

Psalm 4631
In mijn nood roep ik
niet en tot niemand, ik zwijg; wie na zoveel
zand erover nog leeft, heeft het schreeuwen

verleerd. Laat de eik maar kreunen
en klagen, om blad dat voortijdig
te gronde, de tak van zijn stam

afgerukt, laat mij woordeloos
staan in zin schaduw. Laat

mijn zwijgen niet klein en gebukt
zijn maar waardig hoog
en breed als de kroon van de boom

nu zijn wortels en stilte zich
hechten aan hem en all gebed
wordt gesmoord in de aarde.

Hester Knibbe

Voor een dag van morgen
Wanneer ik morgen doodga,
vertel dan aan de bomen
hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan de wind,
die in de bomen klimt
of uit de takken valt,
hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan een kind,
dat jong genoeg is om het te begrijpen.
Vertel het aan een dier,
misschien alleen door het aan te kijken.
Vertel het aan de huizen van steen,
vertel het aan de stad,
hoe lief ik je had.

Maar zeg het aan geen mens.
Ze zouden je niet geloven.
Ze zouden niet willen geloven dat
alleen maar een man alleen maar een vrouw
dat een mens een mens zo liefhad
als ik jou.

Hans Andreus

Sterven
Sterven doe je niet ineens
maar af en toe ‘n beetje
En alle beetjes die je stierf
‘t is vreemd, maar die vergeet je
Het is je dikwijls zelfs ontgaan
je zegt ik ben wat moe
Maar op ‘n keer dan ben je aan
je allerlaatste beetje toe

Toon Hermans

Want wat is sterven anders

Want wat is sterven anders dan naakt staan in de wind
en samensmelten met de zon?
En wat is ophouden met ademen anders
dan de adem bevrijden van zijn rusteloze eb en vloed,
opdat hij ombelemmerd oprijst en zich ontvouwt en op zoek gaat naar God?
Alleen wanneer je uit de rivier van stilte gedronken hebt, zul je waarlijk zingen.

En wanneer je de top van de berg bereikt hebt,
pas dan zul je beginnen met klimmen.
En wanneer de aarde je ledematen zal opeisen,
pas dan zul je werkelijk dansen.

Kahlil Gibran

Mijn man

Ik ben nooit meer
naar zijn graf gegaan.
Is dat schande? Nee.
Ik voel het anders aan.

Ik weet zeker
dat ik hem niet vind
op dat kerkhof daar,
in de koude wind.

Maar wel voel ik
zijn aanwezigheid
waar we samen waren
in die oude tijd.

Dikwijls is het
of hij naast me gaat.
Of’k hem spreken kan,
vragen kan om raad.

‘k Vind dat hij het
dichtste bij me is,
als ik troost behoef
in mijn droefenis.

Maar is een dag eens
mooi en goed geweest,
juist dán mis ik hem,
mis ik hem het meest.

Willem Wilmink

Twelve Songs.

Stop alle klokken, maak de telefoon kapot,
Belet de hond te blaffen met een lekker bot,
Leg de piano’s het zwijgen op en breng met stille trom
De kist naar buiten, dat de rouwstoet komt.

Laat vliegtuigen cirkelen, kermend boven ons hoofd
En in de lucht de boodschap kerven ‘Hij is dood’,
Knoop elke stadsduif crêpe strikken om de witte kraag,
Dat de verkeerspolitie zwartkatoenen handschoenen draagt

Hij was mijn noord, mijn zuid, mijn oost, mijn west,
Mijn werkweek en mijn zondagsrust,
Mijn dag, mijn nacht, mijn woord, mijn lied;
Ik dacht dat liefde eeuwig was, zo is het niet.

De sterren zijn niet welkom nu: doof ze terstond,
Omwikkel de maan en ontmantel de zon;
Giet oceanen leeg en veeg de bossen schoon,
Want er is niets meer nu waar ooit nog iets van komt.

(Wystan Hugh Auden)
Nederlandse vertaling: Koen Stassijns

En als ik doodga...

En als ik doodga, huil maar niet
Ik ben niet echt dood, moet je weten
Het is de heimwee die ik achterliet
Dood ben ik pas, als jij die bent vergeten…

Als ik doodga, treur maar niet
Ik ben niet echt weg, moet je weten
’t is het verlangen dat ik achterliet
dood ben ik pas, als jij dat bent vergeten…

En als ik doodga, huil maar niet
Ik ben niet echt weg, moet je weten
’t is maar een lichaam dat ik achterliet
dood ben ik pas, als jij me bent vergeten…

Bram Vermeulen

 

Kom terug. Rouwgedichten, Toon Tellegen

Kom terug. Rouwgedichten, Toon Tellegen

Kom terug...

‘Kom terug.’
Als ik die woorden eens zó zacht kon zeggen
dat niemand ze kon horen, dat niemand zelfs kon denken
dat ik ze dacht…

en als iemand dan zou zeggen
of desnoods alleen maar terug zou denken
op een ochtend:
‘Ja.’

Toon Tellegen

Bondgenoten

Wij hebben langs gescheiden wegen
steeds onze eigen weg gezocht;
thans, aan het einde van de tocht,
komen wij eerst elkander tegen.

Pas bij het ronden van de bocht,
de tegenstellingen ontstegen,
blijkt op hetzelfde vlak gelegen
wat ieder voor zichzelf bevocht.

En nu de meeste zekerheden
geleidelijk zijn zoekgeraakt,
deelt zich onopgesmukt en naakt
de laatste waarheid aan ons mede:

het is slechts dit gedeeld verleden
wat ons tot bondgenoten maakt.

Jean Pierre Rawie