Ds. Carel ter Linden over prins Bernhard

Carel ter LindenDe uitvaartdienst van prins Bernhard was een ingetogen, traditionele plechtigheid met enkele eigenzinnige elementen. Vooral de citaten uit een kersttoespraak uit 1953 van de prins zelf die voorganger ds. C. ter Linden bij wijze van geloofsbelijdenis voorlas, en de trompetsolo The Last Post vlak voor de gang naar de grafkelder gaven de viering een bijzonder cachet. Ook het Mexicaanse lievelingslied van de prins, La Golondrina (de zwaluw), dat prinses Christina solo ten gehore bracht, bracht een persoonlijk element in de dienst.

De preek van Ter Linden was vooral een levensschets, waarin de liefde en trouw die de prins zijn naasten betoonde, de boventoon voerde. Vooral in de laatste fase van zijn leven is hij daarin “boven zichzelf uittgestegen”, had een van hen de predikant toevertrouwd.

Ter Linden noemde drie belangrijke wapenfeiten van de prins.

1. Allereerst zijn keuze in 1940 voor Nederland en tegen zijn vaderland Duitsland. “Sindsdien was hij voorgoed Nederlander met de Nederlanders”.
2. Na de oorlog maakte Bernhard zich volgens de voorganger bijzonder verdienstelijk door zijn inzet voor de opbouw van de Nederlandse economie.
3. Tenslotte roemde hij het elan waarmee de prins zich voor natuurbescherming inzette.

Ter Linden memoreerde de liefde en zielsverbondenheid tussen Bernhard en koningin Juliana. “Hij won haar hart en zij het zijne.” De prins was volgens hem een “nuchter tegenwicht” voor de vorstin. Hij was bovendien gezegend met een groot gevoel voor humor en had een groot talent voor het omgaan met mensen, zei de predikant.

De man die als vader niet altijd geduld had voor zijn kinderen, groeide in zijn laatste jaren uit tot een warme ‘pater familias’, vertelde een van zijn vrienden aan Ter Linden. In de liefde van de prins voor zijn naasten werd God zichtbaar, zei de voorganger.

Bernhard was een “religieus voelend mens”, aldus Ter Linden. God was voor hem “niet zonder betekenis”, maar zijn geloof was niet aan een bepaalde kerk gebonden. “Luthers gedoopt en hervormd getrouwd, kon hij zich ook thuisvoelen in een rooms-katholieke kerk of een moskee.” Ter Linden las gedeelten uit Psalm 139 en Johannes 1 voor.

Ter Linden heeft deze bijbel gedeelten enkele dagen voor diens dood nog aan de prins voorgelezen. “Mooi, dat zinnetje dat in God geen duisternis is” (Joh. 1:5), zei Bernhard toen. “Daarom zie ik niet tegen de dood op.” De prins is volgens Ter Linden met een glimlach gestorven. “Zijn sterfdag is een nieuwe geboortedag.”

Bij wijze van geloofsbelijdenis heeft voorganger ds. C. ter Linden tijdens de uitvaartdienst van prins Bernhard een deel van een kersttoespraak voorgelezen die de prins in 1953 hield. De toekomst van de wereld ligt in “ware broederschap” van alle mensen, zei Bernhard toen. De beleving van de geboorte van Jezus kan volgens de prins een einde maken aan de vervreemding en verwijdering onder de mensen. “Waar het kerstkind aanvaard wordt, vinden we een weg om elkaar te naderen”, citeerde Ter Linden de prins. De kerstboodschap zet de mens aan om zich te voegen naar het grote bijbelse gebod ‘Hebt uw naaste lief als uzelf’, aldus de toespraak.

Ter Linden sprak vervolgens enkele “woorden van uitgeleide” en een zegen over het lichaam van de prins uit.