1945–1979; Wederopbouw en vernieuwing

Direct na de oorlog werden de Bevrijdingsfeesten uitbundig gevierd, maar meteen daarna was het flink aanpakken geblazen. Nederland was verwoest en moest steen voor steen worden opgebouwd. De handen moesten uit de mouwen gestoken worden. Na WO II krijgt ons land Marshallhulp. Mede daardoor ontstaat er een economische groei en een welvaartsstijging in ons land. De wederopbouw is een periode van hard werken. Er heerst grote woningnood en de economie ligt stil. Hoewel oorspronkelijk gevreesd werd dat het verlies van de rijke kolonie Nederlands-Indië (1947) tot economische malaise zou leiden (Indië verloren, rampspoed geboren), bleek het tegendeel het geval. In de jaren 50 nam de welvaart in Nederland snel toe. Binnen een paar jaar wordt heel Nederland weer opgebouwd en groeit de economie.
Het leven na de Tweede Wereldoorlog wordt steeds beter. De consumptiemaatschappij doet zijn intrede.

In de jaren vijftig vertrokken er ongeveer 350 duizend Nederlanders. Zij emigreren naar de andere kant van de wereld. Ze worden aangemoedigd door de Nederlandse en Australische overheid. Deze stroom droogde echter snel op door het succes van de wederopbouw. Al in de jaren vijftig moesten gastarbeiders worden gehaald om de fabrieken draaiende te houden. Vanaf de jaren zestig was Nederland een immigratieland. In de tijd dat de economie op volle toeren draaide werden veel gastarbeiders naar Nederland gehaald om hier vooral het eenvoudige en vieze werk op te knappen. De meeste gastarbeiders kwamen uit de landen rond de Middellandse zee.

In 1953 vielen bij de beruchte watersnoodramp vele doden in Zeeland en Zuid-Holland. Om een dergelijke ramp in de toekomst te voorkomen, werd het Deltaplan opgesteld, dat vele dijkverhogingen en afsluitingen van zeearmen inhield. Dit grootse werk nam enkele decennia in beslag om voltooid te worden.

Bij de drooglegging en verkaveling van Oostelijk Flevoland, in 1957, werd uitgegaan van slechts twee dorpen (Biddinghuizen en Swifterbant), een kleine stedelijke gemeenschap (Dronten) en één stad: Lelystad. Meer dorpen werden door het toenemende autobezit niet nodig geacht. Bij Zuidelijk Flevoland speelden ook de recreatie een rol. Slechts de helft van de grond werd gereserveerd voor agrarische doeleinden.

Na 1945 gaat de Koude Oorlog een grote rol spelen. Dit is een periode waarin weinig echt wordt gevochten (Koud), maar waarin wel veel kenmerken van een oorlog een rol spelen, zoals, wapenwedloop, spionage, wederzijds wantrouwen, enz. Oost-Europa werd communistische en onder zware controle van Rusland gezet. De Oostblok landen kenden een enorme beperking van vrijheid, kapitalistische ideeën werden geweerd. De wereld zoals die rond 1950 ontstaan was, was bipolair. Dat wil zeggen dat het uit twee machtsblokken bestond. Aan de ene kant het vrije, kapitalistische westen, veilig onder de ‘nucleaire paraplu’ van VS. De twee invloedssferen worden in Europa gescheiden door het “IJzeren gordijn”. Churchill is de eerste die deze term gebruikt in een toespraak. Steeds weer dreigde oorlog in deze periode b.v. in 1948 tijdens de blokkade van Berlijn. De Russen waren boos over het invoeren van een nieuwe munt door de andere bezetters van Duitsland. Bijna een jaar werd West Berlijn via een luchtbrug voorzien van alle nodige spullen, omdat men niet over land mocht. Een ander voorbeeld van de angst in de Koude oorlog is het oprichten van de NAVO (een defensief verbond van landen onder leiding van de V.S.) in 1949. Hier ontwikkelden in de jaren vijftig en zestig stabiele democratieën met een uitgebreide verzorgingsstaat. Aan de andere kant waren de communistische dictaturen onder leiding van Moskou. De communistische satellietstaten van de Sovjet-Unie waren sinds 1955 militair verenigd in het Warschaupact.

In de jaren zestig kreeg Nederland de ene schok na de andere te verwerken. Jongeren vermaakten zich met agentje-pesten; op de tv verschenen blote borsten; radiopiraten stuurden lawaaimuziek de ether in, en langharig werkschuw tuig nam bezit van het Nationaal Monument op de Dam. Vrouwen (onder meer de Dolle Mina’s) komen op voor de rechten van vrouwen (Tweede feministische Golf). Kritiek op de overheid en gezagsdragers wordt steeds duidelijker, we zien de eerste protestbewegingen o.a. bij de Maagdenhuisbezetting, Provo, enz. Gelovigen begonnen hun kerken kritische vragen te stellen; overal werden gezagsdragers uitgedaagd en klonk de roep om medezeggenschap. Menigeen vreesde dat het land zou wegzinken in een poel van anarchie en moreel verval.

Een andere belangrijke gebeurtenis in deze periode was de Vietnam Oorlog. In 1954 werd besloten dat Vietnam in twee delen uitgesplitst zou worden. Het noorden van Vietnam stond onder leiding van de communist Ho Chi Minh, terwijl het zuiden westers georiënteerd was. De Verenigde Staten waren bang dat ook Zuid-Vietnam op den duur communistisch zou gaan worden en grepen in. Aanvankelijk werden er alleen maar adviseurs naar Zuid-Vietnam gestuurd om de troepen te ondersteunen. Geleidelijk werd de steun ook militair van aard. In 1969 werd het toppunt bereikt; 550.000 Amerikaanse soldaten bevonden zich in Zuid-Vietnam om te vechten tegen de Vietcong en Noord-Vietnam. De Verenigde Staten hadden te maken met een taaie tegenstander die van geen opgeven wilde weten. De strijd werd dan ook verloren. Uiteindelijk werden de Amerikanen met het schaamrood op de kaken gedwongen Vietnam te verlaten. Deze gebeurtenis zou nog lange tijd diepe wonden achterlaten bij de Amerikanen.

Na een aantal jaren van grote spanning (Cuba Crisis, opstand in Hongarije, Praagse Lente) en conflicten tussen beide grootmachten breekt er een tijd van ontspanning aan. Dit wordt het best benadrukt door de totstandkoming van het SALT-verdrag in 1972. Hierin werd beschreven dat de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten hun arsenaal aan strategische wapens niet verder zouden laten groeien. Ook ging de Amerikaanse president Richard Nixon op staatsbezoek in China, dat een communistische bondgenoot van de Sovjet-Unie was.

In de nacht van 25 op 26 november 1975 werd in het stadion van Paramaribo de Surinaamse vlag gehesen: Suriname was onafhankelijk geworden. Maar wat de geschiedenis in moest gaan als een model – dekolonisatie, leverde een lange reeks problemen op waarvan het einde nog niet in zicht is. Volgens premier Den Uyl zei in 1978 dat het hele proces foutloos was verlopen, maar daar was niet iedereen het mee eens. De overhaaste onafhankelijkheid van Suriname leidde achtereenvolgens tot: verdere leegloop van Suriname; groeiende corruptie en verspilling van de ontwikkelingshulp; de militaire coup en dictatuur van Desi Bouterse; de ‘decembermoorden’ op vijftien oppositieleiders en halvering van het inkomen per hoofd van de bevolking sinds 1975.

Aan de enorme welvaartsstijging vanaf de jaren vijftig, komt in de jaren 80 een eind met o.a. de oliecrisis. De prijzen van ruwe olie zijn sinds die tijd enorm gestegen. In de jaren 80 ontstaat ook weer op vrij grote schaal werkloosheid, waarbij vooral mensen met een lage opleiding en gastarbeiders zwaar getroffen worden.

Belangrijke personen

J.F. Kennedy (1917-1963)
President van de V.S. tijdens de Cuba crisis. Gaf de aanzet voor landing op de maan in 1969. Sprak de gedenkwaardige woorden ‘Ich bin ein Berliner’(“Ik ben een Berlijner”) tijdens zijn bezoek in 1963 aan West-Berlijn. Hij is daarna in november 1963 vermoord.
Annie M.G. Schmidt (1911-1995)
“Doe nooit wat je moeder zegt, dan komt het allemaal terecht.” Deze woorden zijn typerend voor dichter en schrijfster Annie M.G. Schmidt. Ze boekte in de jaren vijftig ook een geweldig succes met de veertiendaagse radioserie De familie Doorsnee. Daar luisterde iedereen in Nederland naar, tot welke zuil hij of zij ook behoorde. Met haar tegendraadse teksten was Annie M.G. Schmidt een van de meest invloedrijke en tegelijk zachtaardigste critici van het brave, burgerlijke en verzuilde Nederland.
Willem Drees (1886-1988)
Willem Drees was een van de populairste minister-presidenten die Nederland gekend heeft. Hij stond bekend als ‘vadertje Drees’, een troetelnaam die aangeeft dat deze socialistische premier niet alleen voor zijn eigen achterban, maar voor de hele Nederlandse bevolking een vaderfiguur was. Onder zijn leiding is de verzorgingsstaat gebouwd opgebouwd. De bekendste regeling daarvan is de Algemene Ouderdoms Wet (AOW) uit 1956.