1939–1945; De tweede wereldoorlog

In Duitsland heerst grote armoede en werkloosheid door de wereldcrisis en de bepalingen uit de Vrede van Versailles. Binnen de bevolking van Duitsland komt een steeds sterkere stroming die streeft naar revanche voor het verlies van WO I. Men wil bepaalde gebieden terug en men wil weer een eigen leger om Duitsland weer tot een sterke staat te maken. Hitler weet handig gebruik te maken van al deze onvrede en komt via verkiezingen aan de macht (1933). In 1935 legde Hitler openlijk de bepalingen van het Verdrag van Versailles naast zich neer, ging tot grootscheepse bewapening over en remilitariseerde in het volgende jaar het Rijnland. In 1938 volgde de bezetting van Oostenrijk (de Anschluss) en het Sudetengebied, een deel van Tsjecho-Slowakije, waarbij Hitler gebruik maakte van de verregaand toegevende houding van Groot-Brittannië en Frankrijk. Begin 1939 werd geheel Tsjecho-Slowakije bezet. Daarmee is voor de geallieerden de maat vol. Ze geven aan dat zij de oorlog zullen verklaren bij de volgende aanval. In september wordt Polen aangevallen door Duitsland. Engeland en Frankrijk verklaren vervolgens de oorlog aan Duitsland.

Er zijn erg veel slachtoffers en in deze oorlog zijn er voor het eerst ook grote aantallen burgerslachtoffers o.a. als gevolg van de bombardementen op steden. Tijdens de oorlog waren er wel geruchten over vernietigingskampen en massamoorden, maar pas na de oorlog wordt duidelijk wat er gebeurd is. De vernietiging van de joden noemt men de Holocaust.

Propaganda en censuur gaan een grote rol spelen, dit komt o.a. doordat de moderne media een steeds grotere rol gaan spelen. Ook de media werden in Nederland gedwongen om te schrijven of uit te zenden wat de Duitsers wilden. Censuur werd ook hier ingevoerd. Alleen de verzetskranten brachten nieuws zonder censuur, zij waren dan ook strafbaar. Via radio Oranje (vanuit Londen) kwam ook veel informatie binnen.

Op 14 mei 1940 werd Rotterdam gebombardeerd, daarna volgde de capitulatie en de bezetting van Nederland tot 5 mei 1945. Een deel van de Nederlandse regering en Koningin Wilhelmina, prinses Juliana en de twee oudste dochters wisten te ontkomen. Vanuit Londen werd de regering voortgezet (ook over de koloniën die nog niet bezet waren). Ook in Nederland proberen de Duitsers zo veel mogelijk de gelijkschakeling door te voeren. De NSB (Nationaal Socialistische Beweging) werd de belangrijkste partij, zij steunden de Duitsers. Ook in Nederland werd de Jodenvervolging ingevoerd, joden moesten o.a. een davidsster op hun kleding dragen. Ook vanuit Nederland zijn veel joden gedeporteerd naar Duitse kampen. Veel Joden kwamen eerst in het doorgangskamp Westerbork in Drenthe om vervolgens met de trein o.a. naar Auschwitz te worden gedeporteerd. Heel veel joden zijn hierdoor omgekomen. In februari 1941 vond in Amsterdam een staking plaats waarbij niet-joden protesteerden tegen het oppakken van 425 joodse mannen uit Amsterdam. Dit was een uniek protest, het werd hard neergeslagen door de Duitsers.

Nederlanders reageerden op verschillende manieren op de bezetting: de grootste groep probeerde er het beste van te maken door zich zo veel mogelijk aan te passen aan de situatie. Een kleinere groep ging samenwerken met de Duitsers (collaboreren) zoals bijvoorbeekd de leden van de NSB. Zij worden vaak gezien als landverraders. Velen die niet naar Duitsland wilden zochten een onderduikadres (joden, mannen)
Een andere kleine groep was daadwerkelijk actief in het verzet tegen de Duitsers. Bij oorlogsherinneringen vind je jezelf altijd “goed” en de vijand altijd “fout”. Niet alle Duitsers waren natuurlijk slecht, ze zaten ook in het verzet en probeerde gewoon door te leven. Later gingen Nederlanders anders over de oorlog denken meer over hun eigen rol en of er wel genoeg verzet was geweest. Waarom waren er zoveel joden vermoord en zo weinig geholpen? Het leven werd gekenmerkt door angst b.v. voor razzia’s (het oppakken van joden in een bepaalde straat, of mannen die in Duitsland moesten werken). Mensen moesten ook altijd een persoonsbewijs bij zich hebben, als je dat niet had werd je opgepakt.

Op een gegeven moment kwam er een tekort aan veel producten, er werd toen een distributiesysteem opgezet waarbij men producten alleen kon krijgen als men een bonkaart voor dat product had. Zo probeerde men de beperkte hoeveelheid toch zo eerlijk mogelijk te verdelen. Voor onderduikers was dit een groot probleem, want zij “bestonden” niet meer in de gemeentelijke administratie en hadden dus geen recht op bonnen. Na D-day in 1944 werd het zuiden en een deel van het oosten van Nederland al bevrijd. Het westen was toen afgesloten van de rest en de Duitsers hadden ook tekort aan van alles, dus de bezette gebieden werden leeg gehaald. In het westen van Nederland stierven in de koude winter van 1944 naar 1945 heel veel mensen van honger en kou (hongerwinter). Op 5 mei 1945 tekende Duitsland de capitulatie in Wageningen.

Belangrijke personen

Anne Frank (1929-1945)
Zij is na de oorlog heel beroemd geworden doordat haar dagboek is teruggevonden en later uitgegeven. Anne, haar familie en een aantal andere mensen hebben ondergedoken gezeten in het Achterhuis in Amsterdam. Alleen de vader van Anne heeft de oorlog overleefd.
Koningin Wilhelmina (1880-1962)
Zij is gevlucht naar Londen en heeft van daaruit geprobeerd om de Nederlanders te steunen o.a. door toespraken via radio Oranje.
President Roosevelt (1882-1945)
President van de V.S. tijdens WO II. ‘FDR’ sterft vlak voor het eind van de oorlog en wordt opgevolgd door zijn vice president Truman. Hij is de enige president in de geschiedenis van de Verenigde Staten die vier keer gekozen werd. Ook First Lady Eleanor Roosevelt speelde een belangrijke rol door het voorbereiden van Franklins speeches, het publiceren van haar eigen columns (My day) en het houden van lezingen.